Die ooit door mij zo vervloekte Brakkeberg. Stijgen deed en doet hij al vanaf de voet. Wanneer ik – nog rustig zittend in het zadel – vol bewondering omhoog naar het trotse kasteel keek en plotseling geconfronteerd werd met die eerste bocht naar rechts en dan al die ferme stijging. Ik heb indertied, in die klimmende beginjaren op een gegeven moment nauwere fietsschoentjes gekocht zodat de moed mij niet meer in die schoenen kon zakken. Want na die bocht en die volgende blinde bocht naar links lag de stijging open en bloot. Niet voor het grijpen maar voor het stijgen. Steil stijgend. Omhoog.
Mijn longen hebben daar vaak hun 2e, 3e en misschien wel 4e adem moeten zoeken eer ze hem vonden. Maar wat was het ook soms mooi. Wanneer ik in de herfst, wanneer de zon al in het westen de rug werd toegekeerd door de aarde, ik omhoog peddelde. De gouden stralen die dan piepten door het dunner wordende lover, soms in combinatie met een licht opstijgende avondnevel, om stil van te worden, ware het niet dat mijn adem dan naar lucht zocht en de stilte daardoor, hoewel dichtbij, ver weg was.
Ik heb er ontelbaar vaak gewandeld. Omhoog en omlaag. En genoten van de soms zeldzame plantjes. Kleine vlindertjes bewonderd. Ik vergeet nooit de euforie die door mijn lijf gierde toen ik voor het eerst in mijn, toen nog jonge leven, daar kennismaakte met het prachtige oranjetipje. Ik heb er zwoegende, hard hijgende, langzaam klimmende fietstoeristen aangemoedigd. En als hart onder de riem, de kreet: ‘Kom op, nog maar twee kilometer’. Maar dat deed ik alleen wanneer ik dalende was. Stel je voor dat ik omhoog wandelde en bovenaan geconfronteerd werd met zo’n uithijgende zwoeger… Die zou dan misschien niet voor rede vatbaar zijn geweest en bij gebrek aan adem zijn vuisten hebben laten spreken.
Maar mooi blijft hij. Die Brakkeberg. Ieder jaar keert hij weer terug in de Amstel Gold Race. Ben benieuwd of dit jaar ook een drone mee afdaalt. Dat zou – denk ik – fantastische televisie opleveren. De neuzen van de renners op het stuur, handen onderin de beugel. Die scherpe bocht onderaan naar links, stukje parkeerplaats meepikken en door… maar nog mooier zou natuurlijk zijn wanneer ze hem zouden moeten beklimmen. Na 265 kilometer. Dan zouden de renners misschien ook eens voelen hoe ik mij heb gevoeld, al die keren van alweer lang geleden, van indertied.






