Categorieën
Column

Poesie

Samen met mijn vrouw driftig in de weer in de ondergrondse berging, vallen er opeens losse blaadjes uit een niet goed afgesloten doos. Gebroken witte, zeg maar vergeelde blaadjes met kinderlijk geschreven versjes en dito gekleurde tekeningen. Blaadjes uit een van de poesies van mijn vrouw, zo blijkt na bestudering van de aanhef der versjes.

Geschreven lofdichten van vriendinnetjes op de rechterbladzijden, gelardeerd met geplakte poesieplaatjes op de linkerbladzijden. Plaatjes die gaande de heel lange tijd hun glitter en vooral hun zelfplakzaamheid duidelijk hebben verloren, nu ze als een losbladige editie van wat ooit een poesie was, in de opbergdoos én op de grond liggen.

Vaag kan ik me nog herinneren dat ook ik in mijn jeugd, dus al héél lang geleden, in van die alba amoricum (mooie naam, hè, voor zo’n poesies) gedichtjes en versjes geschreven heb. In de albums van mijn zussen en in die van de klasgenootjes der vrouwelijke kunne in de eh… klas. Ik kan me namelijk niet herinneren dat er broers of vrienden waren die ook zo’n poesie hadden.

Terwijl ik probeer de blaadjes ietwat te ordenen, vraag ik me af of deze poesies nog bestaan. Ik ben inmiddels wel bekend met de huidige vriendenboekjes, van meisjes én van jongens, maar die zijn toch anders dan die poesiealbums van vroeger. Of… en dat kan natuurlijk ook, is het vriendenboekje van nu de moderne versie van de poesie van toen?

Dan lijkt me de poesie van toen toch leuker en ook veel onschuldiger. De versjes en ontboezemingen indertied waren vooral oppervlakkig en ze gaven minder of totaal geen inkijk in het privéleven of de privacy van de jonge eigenaar of jeugdige eigenaresse van het boekje. Zeker wanneer je let op de voorgedrukte(!) vragen die gesteld worden in het huidige vriendenboekje, de dus waarschijnlijke, moderne poesieversie.

En terwijl ik voorzichtig de blaadjes inclusief plaatjes terugleg in de doos en die doos goed sluit, hoop ik vooral dat er niet een nog modernere, dus digitale versie van het vriendenboek opgang gaat maken. Er zijn tegenwoordig al zoveel gegevens openbaar, daar horen de gegevens van de jeugd echt niet bij, of is dat al wel het geval? Ai…

Categorieën
Column

Raar!?

Met de rechtervoet op het gaspedaal nader ik licht stijgend dat dorpje bovenaan. Links en rechts, weilanden en akkers. Een enkel paard, het hoofd licht neigend, staart wezenloos voor zich uit. Het gerepte stilleven regeert. De rotonde, bruin geroest, heet mij, ook al in stilte, welkom. Welkom waarom? Ik kom hier toch vaker? En ja, ook dan is het naderingsbeeld hetzelfde. Stillevendheid dat – mochten de wijzers der klokken net twaalf uur aantikken – de klok slaat. Maar het is net half een geweest. Niet echt de tijd om klokken te laten beieren. Rare gedachten? Inderdaad, rare gedachten. Het is dat ik gelukkig geen gedachten in de hand kan nemen, anders was ik wellicht ook nog in overtreding.

Een enkele auto nadert mij, zichtbaar te snel. Wil hij deze stillevige omgeving zo gauw mogelijk achter zich laten? Neemt hij de boete vanwege een snelheidsovertreding op de koop toe? Ik weet het niet. Wellicht heeft de bestuurder haast, of – zoals de Belgische buren plachten te zeggen – misschien een te zware voet.

De rijweg voor mij is leeg. Op de diverse parkeerplaatsen links en rechts staan auto’s, een fietser, goed ingepakt trapt de pedalen moeizaam rond. Misschien tijd voor een e-bike? De provinciale rijksweg slingert zich door het dorp. Alsof hij het dorp in tweeën klieft. Wellicht tijd voor, ook hier, een groene loper inclusief ondertunneling. Van halverwege de ene berg, uitkomend aan de andere kant van het dorp, ook halverwege die iets bekendere berg. Ik zie al rijdend – let wel, in gedachte – de dorpsmens flaneren over die kronkelende groene loper, moeders die de bolderkar achter zich aan sleuren. Vaders, met de handen op hun rug, die de moeders om hun kracht bewonderen. Ik zie fietsende kindertjes, autopeddelende kinders, de grotere kindheid die dan weer tussen al dat wandelend en flanerend volk slalomt op hun in-lineskates, kortom een vredig bijna vroeg 20ste eeuwtafereel.

Raar idee? Inderdaad, héél raar idee.

Gelukkig ben ik geen visionair en al helemaal niet iemand waarnaar men luisteren zal. Het waren zomaar wat rare gedachten en een idee, zittend achter het stuur, op weg naar de rustgevendheid van een natuurlijke modderwandeling. Rondom dat dorpje, bovenaan de Rasberg, Berg en Terblijt.