Twee jaar geleden (13 juli 2024) wijdde ik een column ‘Pieke’ aan meister Hindriks. De man die mij het schoonschrijven leerde. Aan die column moest ik denken toen ik op een nieuwssite las dat bochtjes maken met een pen bij een groot deel van de huidige jeugd niet meer lukt. Ze houden er verkrampte vingers en hand aan over. Bochtjes maken houdt in dat je verbonden schrijft. De letters aaneen, zodat je een woord vormt.
Omdat dat bochtjes schrijven tegenwoordig niet meer lukt, verschijnen er blijkbaar onleesbare letters en dus ook woorden op het papier. Kinderen blijken helemaal verkrampt te schrijven waardoor er stress ontstaat. Zelfs jaren schrijven met een pen levert onleesbare resultaten op. Tijdens het lezen daalden mijn gedachten dus terug naar die eerdergenoemde column en toen nog verder terug naar de diepste krochten van mijn herinneringen. Toen ik in de derde klas van de lagere school geen zin meer had in schoonschrijven. Ik schreef wel nog in bochtjes en bochten en ook nog wel verbonden maar door desinteresse (een woord dat ik toen nog niet kende) drukte ik veel te hard op de kroontjespen en werden de lijnen van mijn geschreven letters dikker dan dik, in een woord ‘lelijk’. Juffrouw T. vond dat lelijks maar niks en ‘beloonde’ mij met dagelijks huiswerk. Een half blad in een schrift vol schrijven, niet op school, in de klas. Maar thuis!
Iedere avond, van maandag tot en met vrijdag, moest ik thuis een half blad in een groen schriftje volschrijven. Na echt vele maanden oefenen werd mijn handschrift er niet echt beter op maar opeens zag ik het licht. Of ik op dat moment in de richting van de lamp boven de keukentafel keek, kan ik mij niet herinneren. Wel dat ik de pen tussen mijn duim en wijsvinger een halve slag draaide of rolde, ik dus niet meer met de gebruikelijke schrijfkant van de kroontjespen op het papier drukte, maar met de dunnere achterkant het papier beroerde waardoor het schrijflijntje een stukje dunner werd. Het resultaat was verbluffend. Ik kon weer schoon en fijn schrijven. Én leesbaar én … nog steeds verbonden.
’s Anderendaags leverde ik het resultaat in en tijdens de les riep juffrouw T. mij naar voren. Ik vreesde het ergste, nog net niet de doodstraf. Maar tot mijn grote verbazing vond zij het superfantastisch dat ik opeens zo mooi schreef. Als beloning hoefde ik niet meer thuis te oefenen. Ik heel blij, zij blij.
Daarom denk ik dat het beter is wanneer de tegenwoordige kinderen ook gestraft gaan worden met iedere avond een halve bladzijde schrijfoefeningen doen. Thuis, hè maar het hoeft, wat mij betreft, niet in een groen schriftje. Door de jeugd iedere dag een stukje vrije tijd te ontnemen zal het schoonschrijven uiteindelijk weer zijn opwachting maken want geloof me, op een dag kijken zij naar het licht van hun bureaulampje en… wordt de juf of meester een dag later heel blij en de jeugd ook. Wedden?
