Categorieën
Column

Snert

Ik had het liedje al heel lang niet meer gehoord, maar opeens kwam het langs, op de jaarlijkse carnavalsradio tijdens het voorbije carnaval. Het was een van de eerste liedjes die ik in het eerste jaar van mijn middelbareschoolperiode leerde bij meester Maessen. Hij was, het zal vreemd lezen, mijn Frans leraar, maar hij kende al zijn Maastrichtse carnavalsklassiekers en wij waren gedwongen die toen al krakende krakers uitbundig mee te zingen. Oh ja, ik heb het over het carnavalsliedje ‘Verkespuu’ van Theo Menten. Het singletje kraakte tijdens de lessen voorafgaande aan de carnaval, in het bedompte klaslokaal, de heersende stilte vaak weg.

En die verkespuu (in goed Nederlands, varkenspoten) klonken dus op de voorbije carnavalszondag zonder enig gekraak uit de speakers van de radio en die puu deden mij direct denken aan totaal iets anders, aan iets overheerlijk lekkers, erwtensoep of snert. Zeker wanneer dit gerecht door mijn vader bereid was. Menigeen zou zeggen: “Erwtensoep.” Maar wij thuis wisten beter, het was geen erwtensoep maar snert. Want snert is dan wel een soort erwtensoep maar de echte snert is pas snert wanneer die eh… soep een dag ná bereiding wordt geserveerd (en opgegeten) en zo dik is dat er – bij wijze van eten… eh…. spreken – een lepel rechtop in blijft staan. En dus, wanneer het des winters snertweer was, dan stond menigmaal snert op het menu. Snertweer snerttijd, zoiets was het indertied in huize Ackermans.

Op vrijdag begon pa al aan de voorbereidingen en werden alle ingrediënten waaronder dik spek, een vier- of vijftal varkenspoten en indien bij de sjlegter voorradig, ook nog een heuse varkensstaart, in huis gehaald. Maar die varkenspoten (in goed Berg en Terblijts, verkespuèt), die waren in mijn ogen, beter, in mijn mond, het summum van genot wanneer op zaterdag de soep opgediend werd. Het vlees moest van de botten der poten afvallen of in ieder geval met zeer weinig moeite van de botten gezogen kunnen worden. Een, twee, drie, soms vier grote, diepe borden snert (dus geen erwtensoep!), inclusief steeds een of meerdere delen van een verkespoat, gingen er dan bij mij in als, als… ja, als snert. Niet zo warm als die snert werd opgediend, maar wel goed warm.

Het was smullen, smullen en smullen en wanneer je te laat was, dan restte wel nog snert, maar geen puèt of resten van die poten. En nu ik deze column typ loopt het water mij in de mond, niet voor erwtensoep maar dus voor snert en het liefst met dus die verse verkespuèt.

Maar zijn die überhaupt nog vers te verkrijgen?

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *