In het toenmalige oostelijke Wilde Westen, bij mij in de straat en dus ook om de hoek, kon het zomaar gebeuren dat er indianen rondliepen met een revolver. Dat was eigenlijk in onze ogen not done, maar – waarschijnlijk, omdat wij nog geen Engels kenden – kon dat eigenlijk niet, want indianen behoorden te schieten met pijl en boog, maar omdat pijlen nu eenmaal niet knalden en onze revolvers dat wel deden en de indianen niet ook nog beschikten over een cowboypak net zoals de cowboys niet ook nog beschikten over een indianenpak én pijl en boog werd – onder dikke zwarte wenkbrauwen – oogluikend toegestaan dat de indianen een revolver mochten hanteren. Ik herinner mij opeens een Hooghollandse opmerking van een mijner zussen, richting een naburige ‘kojboj’ met revolver, geweer én pijl en boog: “Johntje, Edmond heeft ook een pijl en baag…” Terwijl ik eigenlijk gewoon een ‘kojboj’ was. Zonder indianenpak.
Het geknekker, gepang en gebang was vaak niet van maar wel in de lucht en dat er tijdens de jacht op de vijand i.c. de indianen door voortuintjes de achtervolging werd afgesneden, was alleen waarneembaar voor de huiselijke vaders en moeders die door het keuken- of kamerraam de knallende jeugd in de gaten, maar niet uit de voortuinen hield, ondanks heftig tikken op het raam.
Een indiaantje van bij mij om de hoek, getooid met stoere kleurige strepen in het gezicht hanteerde, heel bedreven, een grote boog met pijlen die aan het eind voorzien waren van gekleurde veertjes die dan weer na enkele keren afvuren, verwerden tot zielige, geklitte haartjes. Het kon de pret niet drukken. Geschoten werd er. Over en weer. Soms moest je, wanneer je ‘geraakt’ was, tot wel honderd tellen eer je weer deel mocht nemen aan de wildwestelijke strijd in het oosten. Dat het getal honderd eerder bij tien of hooguit twintig lag, nam niemand je kwalijk, want honderd was wel heel veel en vooral lang.
Dan ging je weer onverdroten de strijd aan. Inmiddels ook niet meer wetend wie nu vriend of vijand was want in het vuur van het spel waren je beste vriendjes, je beste vriendjes, of ze nu bij de vijand hoorden of niet. En zo kon het dus gebeuren en gebeurde het ook dat tijdens die drie dolle dagen niemand won.
En zo zou de wereld tegenwoordig ook in elkaar moeten steken. Winnen zonder te verliezen. Toch?



