Categorieën
Column

Tandarts

Geduldig wachtend op mijn beurt bij de man die periodiek mijn vullingen in de gaten houdt, dalen mijn gedachten weer eens af in de mistige krochten tussen mijn oren, terug naar mijn vroege schooljeugdjaren, terug naar de, ook al, periodiek terugkerende, toen vooral enge man. De schooltandarts. Wanneer die zijn bus voor de poort aan de Slakweg parkeerde ging er een golf van angst door de rijen banken in de klaslokalen.

De schooltandarts, angstaanjagender dan de strengste schoolmeester, wellicht de bakermat van de ergste schooltrauma’s. Met een clubje van vier of vijf man liep je, met trillende benen over de speelplaats naar de bus. Alleen al die gang naar de bus. Alsof je naar het schavot liep.

In die bus. Zwetend wachten op je beurt. Je voorganger in die rare stoel, de handen knijpend in de leuningen. De tandarts, de man in wit, met de martelwerktuigen, met de boor. Het piepen. Verdoving? We kenden het woord geeneens. Je voorganger. Uit die stoel. Soms huilend, soms opgelucht, proberend te lachen. En steeds die woorden van de tandarts: “Gaank mer nao de plaots!”

Dan zelf aan de beurt. Bevend als een rietje. En het leek alsof die stoel meetrilde wanneer je plaatsnam in die stoel. Mond open. Weifelend. Twee vingers die je mond verder openwrikten. Dan die werktuigen. In je ooghoeken zag je ze verschijnen. Krassen, prikken, steken. En maar hopen, dat ze kwamen. De verlossende, luid gesproken woorden: “Gaank mer nao de plaots.”

Bij mij kwamen die woorden indertied altijd. Die beul heeft nooit geboord. In mijn schooljeugdjaren. Andere tandartsen later wel. En vreemd. Bij die andere tandartsen nooit ook maar enige angst gehad. Waar anderen zeven kleuren … ging en ga ik nog altijd zonder beverige trillingen naar de tandarts. Het enige wat ik van mijn huidige tandarts krijg is een hand bij binnenkomst en eentje wanneer ik de behandelkamer verlaat…

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Één reactie op “Tandarts”

Mijn god. 70 jaar geleden. Die rot bus voor de poort in de kleur beige. Boven de voorruit stond volgens mij Schooltandartsverzorging kring Heer. Het was Willems uit Scharn. Wat een botte boer. Onder ons kinderen noemden wij het duo “de kring en de heer”. Je mocht je op het wachtbankje achter in de bus niet eens verroeren want dan kreeg je alweer een uitbrander. Waarschijnlijk dat de bus dan schommelde en kon hij zijn werk niet doen. In die tijd bestonden de vullingen uit Amalgaam. Deze zijn in latere jaren allemaal vervangen door een witte composietvulling. Waarschijnlijk beter voor de gezondheid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *