Twee kindjes rollebollen al vechtend over een trampoline. Aan de aanmoedigingen van de rond de trampoline staande kinderen te horen zijn het Daan en Dorian die een robbertje vechten eh… uitvechten. Omdat er ook volwassen toezicht is, houd ik mij verre, lees achter de omheining van het speelterrein, en laat mijn gedachten de vrije loop. Die rennen gelijk terug naar indertied toen ook weleens robbertjes gevochten werden.
Maar het gevecht waarnaar ik nu terugkeer was tijdens een speelkwartier op de speelplaats en eigenlijk geen echt gevecht. We legden, als grap, twee lucifers kruiselings op elkaar en we vormden, samen met meer dan een vijftigtal collega-mavoscholieren een grote cirkel rondom de beide lucifers. Vervolgens begonnen wij luide aanmoedigingen te schreeuwen en te gillen en tegelijk een golvende beweging te maken waardoor het leek alsof er hard gevochten werd.
Niet veel later kwam een drietal vredelievende en normaliter lesgevende broeders de school uitstormen en die sloegen zich een weg door de scholierenmassa. Totdat zij de ‘arena’ bereikten waar de beide lucifers nog steeds lagen. Wij, scholieren, draaiden ons om en gingen uit elkaar en heen. Alsof er niets gebeurd was.
Helaas zagen de broeders onze grap niet als een grap en werd het lesuur, volgend op dat speelkwartier door de broeders benut om ons te straffen met het gedwongen schrijven van strafwerk. We moesten 100 keer een door de broeder gedicteerde tekst schrijven. Hoe precies die (lange) tekst luidde is mij ontschoten maar het leek op ‘Vandaag is de druppel gevallen die de emmer deed overlopen waardoor wij nu gestraft zijn met het schrijven van deze tekst’.
Flauwe broeders… toch?
