Categorieën
Column

Gezellig

Al jaren fiets ik. Langere en kortere stukken. En al jaren passeer ik hem. Zeker wanneer de zon in de lucht is, geen regen en veel graden. Graden, zo boven de 18. Dan zit hij er. Op zijn bankje voor de gevel van zijn huisje. Bijna de hele dag. En wanneer ik er ’s avonds passeer zitten er – ook alleen bij goed, droog en warm weer – steevast een paar, neem ik aan, buurtbewoners naast hem op dat bankje, flesje drank in de hand.

En gisteren zag ik hem weer. Een dik half jaar ouder maar nog altijd op dat bankje. Maar nog niemand naast hem, want het was nog overdag. En hem daar te zien zitten deed mij, weer eens, terugdenken aan indertied. Wanneer je door het dorp wandelde of fietste zag je de mensen na het avondeten, bij goed en warm weer, op hun stoeltjes of bankjes voor hun huis zitten. Gezellig en op een vriendelijke manier met elkaar te bakkeleien over van alles en heel vaak niets. De toen misschien nog niet zo grote wereldproblemen werden al keuvelend opgelost, een flesje bier opengetrokken en de mensen uit de naburige straat doorgetrokken. En altijd op een gezellige manier. Totdat de aarde de zon de rug toekeerde waardoor diezelfde zon achter de horizon verdween. Dan gingen de stoelen naar binnen of ze bleven gewoon staan. Want toen reden er nog niet echt bendes door de straten die op buit uit waren.

Nadat de zon verdwenen was keerde de rust in de straten en voor de huizen weer en werd het stilletjes nacht. Zou die verdwenen buitengezelligheid iets te maken hebben met de plaatsing, toen, van televisies in de huiskamers? Dat men vanaf dat televisieplaatsmoment voor dat apparaat kroop en aan het verbale bouwen aan gezelligheid buiten niet meer wenste mee te doen? Het zou zomaar kunnen… en het zou dus ook zomaar kunnen dat de man uit de eerste alinea nog steeds geen televisie in zijn huiskamer heeft staan.

De volgende keer wanneer ik bij hem door de straat fiets, moet ik toch eens stoppen en hem dat vragen. Misschien dat dat een gezellige avondje keuvelen oplevert.
Maar alleen bij goed weer, hè.

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *