Mijn jeugd. Ja, die dateert alweer van lang, lees maar, heel lang geleden. Een jeugd die ik als zorgeloos kan omschrijven. Zorgeloos wel, rimpelloos niet altijd. Want die waren er wel, die rimpeltjes. Hoewel niet ernstig, maar echt, ze waren er wel, die rimpeltjes. Ja, die rimpeltjes in ons spel op straat waren soms de golfjes regenwater op het oppervlak van de straatplasjes.
Wij speelden ons spel, hadden wel eens ruzie met elkaar en soms/vaak/sporadisch/dikwijls (niet doorhalen wat van toepassing is) ook met de voortuintjeseigenaren wanneer er een voetbal, kaatsbal of trefbal in zo’n voortuintje terechtkwam. Ach, mijn jeugd kun je ook omschrijven als kommerloos. Af en toe te voet wat boodschappen doen, ook al kwam met regelmaat de melkboer, groenteboer, bakker of visboer langs. Of een stoffen- en klerenverkoopster. En ook de lómmelekrièmer, de sjièresjlieper en de kaoleboer lieten zich met enige onregelmaat zien. Maar de meeste tijd, wanneer we niet hoefden te voldoen aan de artikelen die opgenomen waren in de Leerplichtwet, speelden wij ons zorgeloze, bijna rimpelloze en kommerloze spel op en in de straat.
Wij speelden. Knikkerden, voetbalden, renden, hinkelden, sprongen touwtje, speelden stoeprandje, trokken af en toe maar wel altijd heel stiekem, belletje. Zorgeloos en dus bijna rimpelloos. Maar – en dat realiseerde ik mij pas enige tijd geleden – de vooruitgang was indertied niet meer te stoppen. Er kwamen huizen bij, akkers en weilanden verdwenen, kleine en grote gebouwen verrezen. De straten werden drukker en door de oprukkende auto’s ook steeds voller. Stoepranden verdwenen achter die auto’s, speelplekken verdwenen onder die auto’s, kortom ons straatse speelvermaak werd, zonder ons iets te vragen, verbannen. Protesteren had geen enkele zin omdat wij, toen nog kleine jeugdige opdonders, dat woord helemaal niet kenden.
Wij gingen mee. Neen, wij moesten mee. Mee in de vaart der volkeren. En niet alleen onze straatse speelplekken verdwenen. Ook de melkboer, de groenteboer, de bakker of visboer en ook de stoffen- en klerenverkoopster, de lómmelekrièmer, de sjièresjlieper en de kaoleboer. Waardoor? Natuurlijk, besef ik nu, door de auto.
En daardoor durf ik nu vanaf deze plek keihard te beweren dat de ooit gedane uitvinding van het wiel de ondergang van onze indertiedse én huidige straatse speelplekken heeft ingeleid…

Één reactie op “Verdwenen”
Este alles wis van te veure he