Categorieën
Column

Bello

Samen met de kleinkinderen kijk ik naar het avondlijke Sinterklaasjournaal. De kleinen met grote, verwonderde oogjes en roodgekleurde oortjes, want spannend. Ik meer met argusogen en verwarde oren want het paard – dat ik ooit meende te kennen als ‘Amerigo’ – heet, volgens de sinterklaasjournaalnieuwslezeres, tegenwoordig en in mijn oren opeens ‘Ozosnel’. Informatie bij kleinzoon leert dat Amerigo al een tijdje dood is en Ozosnel, ook al een tijdje, de opvolger is. Ik besef ter plekke, op de bank en niet in een of andere hoek, dat ik vaker naar het journaal moet kijken en ook luisteren.

Maar… en daar gaan ze weer. Mijn gedachten. Terug naar de vorige eeuw. Toen een vereniging twee Sinterklazen herbergde, veel Zwarte Pieten en heel veel goedgelovige kinderen van ook heel veel, waarschijnlijk minder gelovige ouderlijke leden.

Eén der Sinterklazen had dat jaar weekenddienst en dus zat die dienstdoende Sinterklaas op een zaterdagmiddag op de koninklijke stoel, met naast hem een pakjesaandragende heuse Zwarte Piet. Sint had voor ieder braaf kindje – en dat waren ze in de ogen der aanwezige ouders en op de aangereikte briefjes allemaal – een goed woordje en een of meerdere leuke cadeaus. Gezellig dat het was. Zeker toen Sint ook nog – i.p.v. de bijna alcoholvrije miswijn – overstapte op wat (wat?) zwaardere spiritualiën. Toen werd het nog gezelliger en ook luidruchtiger vanaf en uit de koninklijke stoel. Dus hoog tijd voor de afmars.

En onder het geestrijke gezang van de aanwezigen (Dag Sinterklaasje!) sukkelde de Sint als een volleerd oude(re) man door de zaal en vervolgens door de deur naar buiten en ging op zoek naar zijn paard. De kinderen en ook ik, kijkend door het grote raam, hoorden hem ‘Bello, Bello’ roepen en zagen hem met de wind in de soms opwaaiende tabberd, de albe met een hand hoog optillend en de mijter met moeite op zijn hoofd houdend over de parkeerplaats strompelend rennen met achter hem een Zwarte Piet, de staf van Sint en een lege zak in de hand.

Maar Sint zag die kinderen door het raam naar hém kijken en besefte opeens dat hij de kinderen van hun geloof zou afhelpen wanneer hij in het zicht der kinderen zomaar in een auto zou stappen. Dus stapte hij, nog altijd niet echt rechtdoor, het hoekje om en verdween via een achterdeur achter de coulissen. De kinderen indertied achter het raam achterlatend met de luide en brandende vraag of Sint wel de juiste naam van zijn paard had geroepen, want dat heette toch Schimmel?

En tegenwoordig dus Ozosnel, heb ik, uiteindelijk niet zo snel, begrepen…

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *