Mijn slimme telefoontje piept. Het geluidje laat mij weten in welke appgroep het appje terechtkomt. Nieuwsgierig open ik de app en vervolgens de appgroep. Trotse filmpjes van ouders die hun zoontje voor de eerste keer zien fietsen. Zonder zijwieltjes, zonder steuntje in de rug, zonder bezorgde, zwaaiende handen rond hun zoon. Ingespannen, geconcentreerd en bovenal fier sneurt de kleine vierjarige over het jaagpad achter het huis. Mama is enthousiast, pappa klapt en opa kijkt bewonderend via het appje mee.
De gedachten van opa keren – niet voor het eerst – terug naar zijn eigen jeugd, naar indertied. Toen hij probeerde de toen nog pijnlijke kunst van het fietsen zichzelf bij te brengen. Op een zwarte fiets, veel te groot voor zijn iele lijfje, met een hoge stang, want ouderwetse herenfiets met terugtraprem.
Opa ziet zich weer terug. Zijn twee handjes omvatten krampachtig de handvatten van het stuur, vervolgens gaat het linkerbeen ónder de stang door, de linkervoet eerst zoekend, dan wankelend op de linkertrapper, de rechtervoet zoekend en vervolgens op de rechtertrapper en hups… door de achtertuin wiebelt hij zwalkend voorwaarts. Sturen blijkt dan de kunst die hij nog niet meester is, merkt hij wanneer de muur van de berging steeds dichterbij komt en vooral niet schuift. Of de ontmoeting tussen fiets en muur een knal opleverde? Daaraan heeft hij geen actieve herinnering meer.
Wel ziet hij zich weer liggen, onder de fiets. Dichtbij de muur die geen zichtbare schade heeft opgelopen, of beter, opgefietst. Huilend, want vallen deed toen ook al pijn, worstelt hij zich onder de fiets vandaan. Maar hij is vasthoudend. Hij zet de fiets moeizaam weer recht en… heel slim, hij draait de fiets de andere kant op. Weg van de muur. En opnieuw gaan de handjes rond de handvatten, het linkerbeen weer ónder de stang door, de linkervoet op de linkertrapper, de rechtervoet voorzichtig op de rechtertrapper, de tong uit de mond, tussen de tanden en en… zwalkend en zwenkend wiebelt hij weer door de achtertuin en en… hij fietst! Vijf meter, tien meter, misschien nog verder maar de tankeldraod nadert. Hij stopt met trappen, heel slim en komt uitbollend tot stilstand, althans de fiets. Hij moet ook nog leren af te stappen, zo blijkt, want ook poging twee landt onder de fiets. Maar… beseft hij, hij heeft gefietst, hij kan fietsen! Hij rent naar binnen, vertelt het trots aan zijn mama en zij plakt vervolgens op iedere geschaafde knie een pleister Hansaplast, wetende dat haar zoontje van zeven jaar zich met nog vaak vallen en opstaan de kunst van het fietsen, vooral de kunst van het remmen en zeker die van het afstappen verder zelf zal bijbrengen.
Maar gelukkig is de doos Hansaplast goed gevuld.
