Categorieën
Column

Kermis

Vraag ik aan een jong dametje of ze vrij van school heeft met de kermis, krijg ik alleen maar vragende blikken toegeworpen. Ik ontwijk deze en hoor haar vragen wat kermis is. Ik probeer, met de nadruk op probeer, haar uit te leggen wat dat is, of misschien wel was, kermis. Een dorpse feestdag op een zondag met uitloop naar de maandag en de dinsdag en meestal in juni. Dan trok op zondagmorgen de processie door de straten. Een stoet bevolkt met honderden mannen en vrouwen, jongens en meisjes uit alle verenigingen van het dorp. Waarin gebeden en gezongen werd.

De stoet, die toen wel honderden meters lang was, kronkelde dan door met vlaggetjes en kunstwerken versierde straten van Berg en heel vroeger ook nog verder, richting Vilt. En dat was voorwaar voor de meelopende kindertjes, een heldentocht, die zich bijna kon meten met een soort van zomerse Elfstedentocht.

Opnieuw vragende blikken van het jonge dametje. Elfstedentocht? Oeps, gauw terug naar de processie. Waarin ik ooit meeliep als jong misdienaartje. Het eerste deel liep ik met de bel die ik al op-en-neer bewegend met beide handen luid rinkelend moest laten bellen. Na een half uur werd mij de bel afgenomen en kreeg ik een doosje met wierookkorrels in de handen gedrukt, maar door het eerdere constante, niet-aflatende gerammel met die bel kon ik mijn handen niet meer stilhouden en rammelde ik onbewust en waarschijnlijk spastisch de rest van de tocht met het korreldoosje. Of die korreltjes uiteindelijk fijnstof werden? Ik heb er geen herinnering meer aan.

Na het bezoek aan Vilt keerde de processiestoet weer terug naar Berg. Vaag herinner ik mij een openluchtmis op de Schone Poel en een keer in Vilt. De rest heb ik blijkbaar verdrongen. Maar na die processie keerde ik vermoeid en met pijn in mijn armen terug naar huis waar het kermismaal op mij, op ons wachtte. Zondagse soep, videke, hoofdgerecht, nagerecht (meestal pudding, vanille of chocolade). En daarna ging het naar het kermisterrein.

Touwtjetrekken, de draaimolen, de slingermolen, de kraam met noga en andere plakkerige zoetigheden, de botsautootjes en de rupsj. Die rups, ik vergeet nooit dat ik daar de eerste keer in plaatsnam en toen het dak dichtklapte ik gehuild heb als een wolf, gebruld als een leeuw. Zó angstaanjagend! Ik wilde nóóit meer in die rups.

De jongedame kijkt me met grote vragende ogen zwijgend aan. Touwtjetrekken, draaimolen, slingermolen, noga? Hee ouwe, waar heb je het over?

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans