Categorieën
Column

Hemels

Deze morgen is er een van stilte, heuse stilte. Geen vliegend of auto’s lawaai. Geen gegil van fietsende kinderen. Geen geschreeuw van liefhebbende ouders. Echt, onnatuurlijke, zelfs bijna onmenselijke stilte. Kauwend op een hap bruin, lekker brood denk ik terug te keren naar mijn jeugd, heel, heel lang geleden. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig. Toen er maar een of twee auto’s per dag door de straat kwamen. Een enkel Solexje de rust verstoorde, de ringringdeurbel liet weten dat de melkboer of bakker zijn waren, heel handig, kwam aanprijzen en/of leveren en misschien wel het allerspannendste in het dorp, het gebeier van de klok op ieder half of heel uur. En zelfs dat luidend geluid was – door de oorse gewenning – eigenlijk onbewust al onderdeel van de dagelijkse stilte.

Kauwend op weer een stukje ham (ik lust nog steeds geen boter) denk ik opeens het roerende geluid van de toen moderne wasmachine te horen. Die machine, in die tijd een groot, vierpotig gevaarte met een heen-en-weerdraaiende molen in het midden met klotsend waswater soms over de rand en op die rand, héél modern, een heuse handmatig draaiende wringer. Ik ruik opeens het wassop en krijg spontaan een niesaanval wanneer ik het poeder de binnenkant van mijn neus denk te voelen kietelen.

Kijkend door het keukenraam denk ik de was, aangelijnd hangend te zien terwijl de maandagzon indertied gratis de droogte verzorgde en soms de paniek wanneer een regenbui het bijna droge van de was dreigde te vernietigen. Later kwam de centrifuge naast de wasmachine te staan. De centrifuge, die het overtollige water via een afvoer die – boven het pötsje in de sjtál gemanoeuvreerd – zorgde dat het water afgevoerd werd. De pot in het pötsje moest dan wel om de zoveel tijd leeggemaakt worden want er bleef nogal wat pluizig afvalwaswatermiddel, of zoiets, achter in die pot enne… die centrifuge vooral niet leeg laten draaien, hij kon weleens op hol slaan.

Het heeft wel iets, zo terugdenken aan die vroegvroegere jaren, toen je nog op straat kon spelen, voetballen, tollen, met een hak van de schoen een kuulke maken in de grond tussen de tuin en de sjtóp en dan gezellig (gezellig als je tien knikkers verloren had???) te huuve of trefbal te spelen met de vriendjes en vriendinnetjes uit de straat of van net om de hoek.

Waar zijn ze gebleven? Die spellen en spelletjes? Hinkelen op en in een zelf gekrijt hinkfiguur met bovenaan, op tien, de hemel. Met je eigen, wonderbaarlijk gladde steen die, natgemaakt of -gelikt met eigen speeksel zorgde dat hij nog beter gleed, althans, dat werd gedacht. Of héél stiekem, wanneer tijdens het voetbalspel, de bal niet binnen de boorden van de straat bleef maar terechtkwam in de trotse voortuin van één of meerdere straatbewoners. Ik hoor het dreigende geklop op het woonkamerraam gevolgd door vermanende vingers weer in mijn oren. Want tulpen, afrikaantjes en lupines (bestaan die nog?) waren de jaloersmakende schat van menig bewoner. Kom daar nu nog eens voor…

Een luid toeterende vrachtwagen gevolgd door het krijsen van piepende remmen brengt mij en mijn gedachten weer keihard terug op de hedendaagse, luide aarde. Helemaal weg is de stilte… Zou het vroeger van nu indertied toch een soort van hemel zijn (geweest)?

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Één reactie op “Hemels”

Heel herkenbaar en mooie nostalgie, de rust en stilte, het samen doen en tevreden, gelukkig zijn zonder smartphone!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *