Categorieën
Column

Zwartepruimenvlaai

De vlaai, die mijn smaakpapillen doet dansen en swingen in mijn mond. Met gemalen zwarte pruimen en reemkes erover! Ja, niet die vlaai met pruimenpartjes. Dat is in mijn ogen, en meer nog in mijn mond, niet de echte pruimenvlaai. Hoe ik aan die pruimenvlaai kom? Simpel, door ongewild een discussie te beluisteren van twee vlaaifanaten die een terrastafeltje verder, allebei een groot stuk aardbeienvlaai met heel, heel veel slagroom aan het verscheuren en aan het verslinden zijn.

De een een echte chauvinistische Limburger, want hij vertelt trots dat de Limburgse vlaai tegenwoordig een door Europa erkend streekproduct is en zij tweetjes er op dat eigenste ogenblik met vork én mes van genieten. De ander, aan zijn keiharde reej te horen een echte Hollander, kan dat snijdend, happend, malend en knikkend alleen maar beamen. Terwijl ik er het mijne van denk. Want echte Limburgse vlaai is pas écht echte Limburgse vlaai wanneer er onder meer géén slagroom aan toegevoegd is of wordt.

Zwartepruimenvlaai. Daar is hij weer. De lekkerste vlaai. Die je met de hand kan, mag, neen, moet eten. Volgens eerder gelezen berichten zijn er zo’n twintig verschillende soorten vlaaien die het predicaat ‘beschermd streekproduct’ gekregen hebben. Waaronder dus die handzame stukken zwartepruimenvlaai.

Ik herinner mij, op dat zonnig terras, mijn deelname aan een Oud-Limburgse koffietafel. Indertied, ergens in de jaren tachtig van de vorige eeuw, toen huidsjvleisj, rauw sjink en sjroap alsmede die zjwarteproemevlaai onderdeel uitmaakten van de overheerlijke heerlijkheden op de tafel. Na voldoende inname van het andere gebodene, was er – althans bij mij – nog altijd plaats voor een, meestal meerdere stukken zwartepruimenvlaai, want verdomde lekker. Ik vroeg netjes aan een verderop aan tafel zittende mede-eter of hij mij handmatig een punt pruimenvlaai kon aanreiken. Hij van verderop nam een stuk ter hand en terwijl ik mijn arm strekte om het stuk aan en over te nemen, vloog dit stuk op een hoogte van zo’n 40 centimeter opeens boven de tafel. Gelukkig was ik toen nog zo vief en alert om het stuk heel handig, eenhandig op te vangen.

Nu besef ik, weer eens tevergeefs zoekend naar zwartepruimenvlaai op de menukaart, dat dat echt echte Limburgse vlaai was. Want dat stuk vlaai werd door mij gevangen en naar de mond gebracht door één hand. En genuttigd door één mond. Een Edmond. Echter kan in mijn ogen en mond een stuk Limburgse vlaai niet zijn. Toch?

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *