De zon schijnt overvloedig. Hitte blaast zijn stoom af zonder zichtbaar te zijn. Lichtelijk uitgeblust relax ik in een daarvoor bestemde stoel. Vrouwlief staat ingespannen achter de brede strijkplank. Het strijkijzer blaast zijn stoom af. Duidelijk zichtbaar. Bewonderend staar ik naar vrouwlief die de tropische binnen- en buitentemperatuur trotseert en er een stomend schepje bovenop doet met haar moderne, bijna zelfstrijkend strijkijzer.
Hoe was dat indertied? Mijn gedachten dwalen af, naar de Geulhemmerweg. Waar mijn opa en oma woonden. In hun knusse huisje. Toen ik nog klein was, streek oma ook. Maar het strijkijzer, neen, de twee strijkijzers die zij hanteerde, waren niet voorzien van de tegenwoordig zo gewone, zelfblazende stoomgaten. Op de kachel in de keuken werden toen de gietijzeren apparaten opgewarmd en warm waren die ondingen, merkte ik op een doordeweekse woensdagmiddag toen ik – als klein en onervaren jong menneke in een onbewaakt ogenblik zo’n interessant apparaatje ter hand wilde nemen. De door mij gebrulde ‘auwah!’ en de daarmee samenhangende en gepaard gaande luide huilbui moeten geklonken hebben als een soort van nachtelijke sirene in oorlogstijd. Mijn handje ging in het koude water en de blaren waren dagen zicht- en voelbaar. De les die ik die middag leerde was, dat ik nooit meer zo’n eng ijzeren geval met handvat vast moest pakken. Jong geleerd was pijnlijk gedaan.
Ik voel de pijn weer in mijn vingertoppen, bekijk deze en zie niets dat nog herinnert aan dit loeiwarme ijzer. En eerlijk, ik heb vanaf die tijd ook best wel ontzag voor die strijkijzerige apparaten. Modern of niet. Zelf heb ik in mijn leven heel vaak en vooral heel voorzichtig mijn broeken gestreken, natte doek erop, ijzer erover met als resultaat een vlijmscherpe vouw. Oké, soms met twee vlijmscherpe vouwen, want de broeken waren toen zoals de meeste mensen nu zijn, weerbarstig. Maar toen de tijd van strijkloos en gekreukt rondwandelen aanbrak, was ik een van de eersten die dat tijdperk met beide handen omarmde. Zonder mijn vingers eraan te branden.

