“Wèh deit mèt sjure? Wèh deit mèt sjure? Wèh deit mèt sjure?” Ik hoor en zie mijn schoolgenootjes van indertied weer over de speelplaats lopen en roepen, hand over elkaars schouder. Eerst met tweeën, heel gauw al met vier, vijf, acht, twaalf genootjes. Tussen al het andere jeugdige en vooral spelende schoolgenootschap door. En met twaalf jongens en/of meisjes was het voldoende om dit spel te gaan spelen, om te gaan sjure.
Sjure. Ik vroeg mijn vrouw of zij het spel kende. Niet dus. Ik legde haar het spel uit. Zij snapte mij niet. Zij vroeg of ik een Nederlandse benaming kende. Ikke niet. Aan de Dikke van Dale gevraagd. Die kende het woord ook al niet. D’n Dictionair van de Limbörgse Academie kende het woord dan weer wel en vertaalde het als sliertspel. En wat doet de nog steeds leergierige ik dan? Die zoekt in de Dikke van Dale naar ‘sliertspel’ en… de Dikke kent het woord sliertspel zelfs niet. Dus zie ik de jeugd van indertied gewoon op z’n Limburgs sjure. In gedachten, hè.
Een lange slinger van hardlopende jongens en meisjes die joeg op loslopend wild, in de vorm van nog niet gevangen vriendjes en vriendinnetjes. Maar alleen de twee buitenste tikkers of tiksters mochten tikken. Dat leverde indertied vermakelijke acties op wanneer bijvoorbeeld de linkertikker achter een prooi aanjoeg en de andere kant van de slinger, de rechtertikker dus, meer, veel meer meters moest maken. Het was vermakelijk, soms ook pijnlijk. Zeker wanneer de rechtertikker het tempo niet meer bij kon houden, want veel meer meters makend, en uiteindelijk als een levend projectiel over de asfalten speelplaatsvloer schoof. “Leiden in last, op de knie een grote hansaplast” verzin ik ter plekke voor mijn beeldscherm.
De opgelopen of -gerende verwondingen daar gelaten was dit sjure best wel een gezonde bezigheid. Jaren later, tijdens mijn vooral niet indrukwekkende voetbalcarrière werd dit kunststukje ook nog vaak opgevoerd tijdens de dinsdagse of donderdagse training. Leuk en inspannend en het maakte dat wij, door het maken van vele schijnbewegingen, soepel in de heupen werden. Althans, dat was de bedoeling van de trainer, maar…
Nu vraag ik mij af: “Wordt dit slierspel (wat een verschrikkelijke vertaling voor dit spel…) überhaupt nog gespeeld? Op de speelplaats? Of op het trainingsveld? Of is dit spel tegenwoordig te inspannend?”
Of anders gevraagd: “Wèh deit nog sjure? Wèh deit nog sjure? Wèh deit nog sjure?”

Één reactie op “Sjure”
Sjure in de lagere schooltijd een geweldig spel, waar iedereen aan mee kon doen.
Later als voetbal senioren trainer het spel gebruikt voor plezier en samenhorigheid te verbeteren.
Wanneer zijn in Berg en Terblijt de eerste sjure spelen??