Categorieën
Column

Woorden

Zittend op een houten bankje aan de rand van het bijnastille heuvelland dat gaande de dag motorisch bewegend tot leven komt, weifelend uit zijn schulp kruipt en het schone wat het te bieden heeft, weer aan het volk wil tonen. Ik staar over het groene, deels bruine dal voor mij, waar lichte zonneschijn de aarde bedekt met iets dat lijkt op een doorzichtige, maar vooral beschermende deken. Een deken van rust en voortdurende hoop. Ik verplaats mijn lijf op het bankje wat naar rechts en mijn warrelende gedachten wat verder, naar een tijd terug naar indertied. Een tijd die ik alleen ken van en uit verhalen, boeken, films, documentaires en foto’s. Een tijd die ik nooit in het echt heb meegemaakt en eerlijk gezegd, ook nooit hoop mee te maken.

Mijn warrelende gedachten tonen grote tanks, vuurspuwend als stalen draken. Grote en kleine legervoertuigen, krauwelend over en door de verschroeide aarde en daartussen, soldaten, strijders, helden. Krioelend en vooral vechtend voor elke meter land. Vechtend tegen de vijand, vechtend voor elke letter uit de woorden vrede en vrijheid. Koude rillingen lopen over mijn lijf, meer bepaald mijn rug. Ik zie opeens alleen maar zwartwitte beelden voor mijn geestesoog langs trillen. Indrukwekkende verhalen, ooit verteld door mijn nu in vrede rustende moeder, komen bijna tot leven. Verhalen over bezetting, onderdrukking, honger, angst, onzekerheid en daarna, uiteindelijk en eindelijk… de verschijning van de nieuwe helden, anderssprekende soldaten. Soldaten die symbool liepen, streden en stonden voor een nieuwe toekomst, een vrije toekomst.

Een vrije toekomst die vandaag onderdeel van mijn heerlijke heden is. Een heden waarin ik nu zit. Zwijgend, licht zwetend en nog steeds belevend. Op dat houten bankje. Kijkend uit en over het stille maar vrije heuvelland waarin mensen zich plotseling verdringen. Hun auto gebruiken als vechtend middel, als een toeterende, zwenkende draak. Tegen hen die het wagen hun plekje op de smalle, kronkelende weg in te palmen. Vuurspuwend getoeter lijkt opeens niet van, maar luid in de lucht. Vogels vliegen fladderend op, lijken hun koppie afkeurend te schudden naar zoveel onnodig stilteverstorend geweld. Ook ik schud mijn hoofd. Vraag me zomaar af of men toen, in die jaren waardoorheen zonet nog mijn gedachten warrelden, misschien ook had moeten strijden voor de letters die het woord verdraagzaamheid vormen. Motorgeronk maakt zich los uit de alledaagse geluiden. Ik kijk verwonderd rond, dan omhoog. Hoog voor en boven mij ronken zij erop los, een soort van vredeswolken als bevrijding achter zich latend. Drie vliegtuigjes die ronkend lijken symbool te vliegen voor de woorden: Vrede, Vrijheid en nu ook Verdraagzaamheid. Die drie woorden bevinden zich diep verborgen in elk vuistdik woordenboek. Diep verborgen, maar wel dicht bijelkaar. Alsof ze met elkaar verbonden zijn, samengebracht, zoals alle woorden in een boek. Tot één begrijpend geheel.

Vrede. Vrijheid. Verdraagzaamheid. Zou dat niet moeten leiden tot één allesomvattend woord? Begrip! Begrip dat zich blijkbaar te veraf bevindt van de eerdere drie woorden, maar ook te veraf van het denken van de tegenwoordige mens. Jammer…

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *