Het kwam er opeens uit. Bijna aan het eind van onze wandeling, zomaar, uit het niets, of beter, uit de achterhoede van ons wandelgroepje. Een bedrukte, overslaande stem die plotseling kond deed van het feit dat hij, als speler van een beroemd, ongeslagen en kampioens Bergs C-elftal (109 doelpunten voor, slechts 7 tegen, inclusief een duidelijke 23-0 overwinning in ’t Kuupke tegen Vilt C) tijdens een aansluitend seizoensafsluitend voetbaltoernooi in Meerssen, ergens in de jaren zestig van de vorige eeuw, schuldig was aan de twee tegendoelpunten waardoor de finale wedstrijd van het toernooi, tussen Meerssen C en Berg C in 2-2 eindigde. Strafschoppen moesten daarom in die finale de beslissing brengen en die strafschoppenserie werd gewonnen door Meerssen C. Berg C werd daardoor slechts tweede…
‘Door mien sjöld’, herhaalde de dramatisch traumatische wandelaar, door zijn schuld werd er niet in de reguliere speeltijd gewonnen. Eerst veroorzaakte hij een handsbal in het strafschopgebied, dus pinantie! Die werd feilloos door een Meerssenspeler benut. Niet veel later speelde hij véél te zacht de bal terug op zijn eigen keeper waardoor opnieuw een Meerssenspeler de bal kon onderscheppen, de Bergse keeper omspelen en de stand op 2-2 brengen. Tot aan het eindsignaal veranderde er niets meer aan die stand en dus moesten de strafschoppen de beslissing brengen, met het bovenvermelde, voor Berg C, teleurstellende resultaat als gevolg.
Gehuild en gejankt hebben de C-toppertjes van toen, toen. Leider Bèr kreeg het verdriet er niet uitgepraat en ook tijdens de fietstocht naar huis (indertied ging de voetbaljeugd nog op fietsen en zonder e-ondersteuning naar zijn wedstrijden) werd nog menig traantje gelaten. De Geul stroomde nog net niet over.
En ook nu, tijdens de laatste honderden meters van de wandeling, leken de waterlanders niet veraf, waren er veel, heel veel bemoedigende woorden van zijn wandelmaten nodig om het bijna 60 jaren opgekropte verdriet bij hem zacht en begripvol schouderkloppend tussen de oren weg te tikken. Wandelende medespelers van indertied spraken indringend op hem in en toen het eindpunt van de wandeling bereikt werd, leek het jarenlange trauma te zijn opgelost. Althans, dat namen zijn troostende wandelmaten aan, want toen we bij het eindpunt arriveerden, bleek dat hij opeens pizza’s moest gaan bakken voor zijn kleinkinderen terwijl hij wist dat er meerdere blonde rakkers achter de witte deur van het eindpunt op hem stonden te wachten.
En terwijl hij (waarschijnlijk) pizza’s ging bakken, concludeerde een van zijn maten: “Ich wis tot ‘r eine bekker waor, meh neet auch nog pizzabekker.”

