De broer van mijn vader, wij noemden hem ome Bèr, was bij leven een verwoed verzamelaar van kunst. Kunst van over de hele wereld en in allerlei vormen. Van schilderijen tot beelden. Daarenboven was hijzelf ook een talentvol schilder. Merkte ik onlangs op een avond toen voorzitter Fons mij meldde dat hij thuis nog een schilderij had staan van ook zijn oom. Hij noemde hem nónk Bert.
Hij stuurde mij een foto van dit kunstwerk en vroeg of ik een mooie bestemming wist voor dit geschilderd stukje Berg. Ik herkende meteen het onderwerp dat model had gestaan. Op de hoek van de Rijksweg en de Schansweg. Een idyllisch plekje bovenaan de Rasberg dat uitkijkt op het grote, diepe dal beneden, ook bekend als Maastricht. Een plekje ook waar indertied menig meisje voor de eerste keer in haar leven op haar mond gekust werd door een jongen. En andersom. Hoe ik dat weet? Nou, sommige levensmomentjes vergeet je gewoon niet meer.
Maar terug naar het op schilderdoek vastgelegde model, dat kleine witte kapelletje. Met verf en kwast door ome Bèr/nónk Bert vastgelegd voor misschien wel de eeuwigheid. Fons vroeg mij dus niet of ík het schilderij wilde hebben, neen, hij vroeg of ik er een bestemming voor wist. En die wist ik. Want zo’n werk hoort gewoon thuis bij hem die het kapelletje netjes onderhoudt, verft en met regelmaat ontdoet van nutteloze, kwajongensachtige (bestaan er ook kwameisjesachtige?) inkervingen. Ja, daar, bij hem hoorde het schilderij thuis.
En dus togen Fons en ik op een naar schemer neigende avond richting de Schansweg, in goed Bergs, de Sjans. Om ter plekke het kunstwerkje te overhandigen aan de Jef der Jeffen, Jef. Hoofd planning en logistiek in de v.o.f.
Hij, Jef, was in zijn nopjes toen hem het kunstwerk door Fons werd overhandigd want het werd door Bèr/Bert Ackermans geschilderd in 1966. Juist! Het jaar dat het bedrijf in de Sjans gevestigd werd. Het schilderij is dus net voor de bedrijfsvestiging vervaardigd en dus even oud. Het kan verkeren.
Jef heeft beloofd dat het werk een mooi plekje zal krijgen, aan de muur in het bedrijfskantoor, naast de heilige Isidorus, patroonheilige van de boeren, de agrariërs en van de landbouw in het algemeen. En nu dus ook hoofdbewaker van dit kunstwerk. Onze ome/nónk zou er ongetwijfeld mee ingestemd hebben …

