Categorieën
Column

Wandelen

Ik bereik de top van de Rasberg, slechts licht hijgend, want de beklimming gedaan in eco-stand, op mijn fiets en mijn aandacht wordt gelijk getrokken door de woestgrote witte tent ter linkerzijde. De Wandelvierdaagse schiet het door mijn hoofd. Verderop ontwijk ik wandelaars, tweebenige verkeersregelaars die ik – foei foei – weleens verkeersontregelaars noem, want de aanwijzingen die zij geven kloppen soms (soms?) niet met wat ik wil en zoek me al fietsend een weg naar mijn doel. Vilt.

In Vilt, daar zette ik, alweer héél, héél lang geleden, dus ergens indertied, mijn eerste voorzichtige stapjes als wandelende scholier, onder leiding van ‘de Zieb’. Frans Sieben, toen voor ons nog ‘menièr Siebe’. Een paar weken voor de toen nog bestaande Margratentocht, die steevast op Hemelvaartsdag gehouden werd.  Eerst, als klein menneke, de 10 kilometer, later, als iets groter kerelke, de 15 kilometer. Maar eerst moest voor die Margratentocht geoefend worden. Enkele weken dus voor Hemelvaart. Met ‘de Zieb’ als begeleider, naast ons, achter ons en soms tussen de rijen door, want het was eerst kunst daarna zaak om in de pas te lopen, op de maten van de gezongen liedjes. ‘Potje potje ve-he-het’ werd al wandelend ontelbare keren op de ‘taaafel gezet’ en wat dan volgde? Het tweede couplet, logisch. Gevolgd door… juist. Tot aan – ik meen – het tiende couplet. Dan volgde een volgend lied dat onze passen in de pas moest houden. Het Limburgs volkslied, of in ieder geval een deel daarvan, maakte ook deel uit van ons repertoire, net als – ik meen – ‘onder moeders paraplu’ en ‘Sarie Marijs’, maar – vergeef me – dat weet ik niet meer zo zeker. In ieder geval oefenden wij ons eerst de tien kilometer en later de vijftien kilometer in onze wandelbenen om vooral zo goed mogelijk aan de start van de tocht te verschijnen.

En verschijnen deden we. De jongens in blauwe broek, wit hemd en rode stropdas, de meisjes in, volgens mij, blauw rokje, wit bloesje en rode strik. En na de start gingen wij, vol goede moed en met volle borst de wijde Limburgse wandelwereld rondom Margraten in. Zingend om het hardst, wandelend om het mooist, ‘zo gatie goed, zo gatie beter, alweer een kilometer’. En wat was het resultaat op het eind van de wandeling. Een medaille en hoera… de eerste prijs! Alweer…

Glimlachend parkeer ik in Vilt mijn fiets, trek de veters van de wandelschoenen nog wat steviger aan en niet veel later wandel ik – ongeorganiseerd en vooral zonder te zingen – door de dreven rondom Berg en Vilt. En op het eind? Geen medaille, geen prijs maar pure voldoening… en een flesje fris.

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *