Nadenkend kijk ik naar buiten en zie een soort van winderige sneeuwhoos door de witte tuin tollen. Uit de woonkamer klinkt muziek. Het zijn liedjes van nog niet zo lang geleden maar toch al te rangschikken onder indertied. Zachtjes neurie ik de liedjes mee, want mijn zingen is niet echt gezond voor gevoelige oortjes. Kate Bush vult met haar liedje Cloudbusting en haar mooie hoge stem de woon- en mijn werkkamer. Ik luister en mijn stem neuriet zachtjes mee. Kate zingt : “You’re like my yo-yo, That glowed in the dark…”
You’re like my yo-yo? Subiet glijden mijn gedachten af naar enige weken geleden. Toen een kleinzoon met een kapot iets naar mij toekwam in de hoop dat opa het wel zou kunnen maken. Nu ben ik heel goed in iets kapotmaken maar echt maken? Neen. Ik ben tweehandig links en onhandig met beide handen.
Twee rode ronde delen en een dun touw met lusje kreeg ik in mijn linkerhanden geduwd. Met een geprobeerde deskundige blik keek ik naar hetgeen in mijn handen lag, legde het voor me op tafel en probeerde mij een voorstelling te maken hoe het ooit uitzag, niet hoe het moest gaan uitzien, want dat stond nog in de sterren geschreven. Ik vroeg aan de kleine wat dit ooit voorstelde en hij liet me weten dat dat ooit een werkende yo-yo was. Een yo-yo? Zo’n onhandig op-en-neergaand rond ding dat indertied kinderen moest plezieren. Lusje om de middelvinger, het touwtje om het gescheurde middel van het ding, dat ding dan loslaten en wanneer het goed ging, kwam het ronde ding weer omhoog. Wanneer het goed ging, hè…
Kleinzoon legde mij – na het zien van mijn vragende blikken – uit hoe een en ander ooit in elkaar stak maar, volgens hem, op onverklaarbare wijze uiteen was gevallen in drie stukken. Ik drukte de twee ronde delen tegen elkaar, friemelde het touwtje om het gescheurde middel van de nu aan elkaar zittende delen, drukte beide delen stevig tegen elkaar, dacht een klik te horen, toch een teken dat de beide delen één waren, deed het lusje van het touwtje om mijn middelvinger en liet het rode ding los zodat het daalde. Ik hoopte vooral dat het ding langs het touwtje ook weer omhoog zou klauteren zoals dat vroeger bij al mijn kameraadjes gebeurde. Edoch… het ronde ding kwam niet omhoog, erger nog, het viel op het punt van terug omhoog weer uiteen, in twee rode ronde delen. In mijn hand het lege touwtje. Kleinzoon keek mij aan, bukte zich, raapte de delen op, nam het touwtje en toen hij zich omdraaide, hoorde ik hem zeggen: “Laat maar opa, ik vraag het wel aan papa…”
Terug in het heden zingt Kate nog net “yeah-yeah-yeah-ohh”, voor mij klinkt het als een no-yo-yo-ohh…
