Categorieën
Column

Marathon

De eerste zaterdag van oktober, sinds jaar en dag stee- en trapvast de dag dat de Geuldalwandelmarathon gelopen wordt. Deze eerste zaterdag van oktober van dit jaar is het niet anders en wordt hij weer gelopen. Door enthousiastelingen die vanuit België hun grenzen proberen te verleggen.

Indertied, in het begin van de jaren 80 van de vorige eeuw, gingen twee vrienden en ik er ook voor. Gingen wij dat varkentje wandelend wassen. Drie keer een lange wandeling, als voorbereiding, moest genoeg zijn. De eerste twee trainingen waren ergens in de zomer en de laatste op een hele donkere septemberavond.

We trainden die laatste keer in en om Berg en Terblijt. Ieder in wandelende gedachten verzonken. Ja, want er werd niet veel gezegd, laat staan, of beter, lopen, verteld. De focus lag toen al op het volbrengen van de tocht op die eerste zaterdag in oktober.

Tijdens die hele donkere avond wandelden we ook door Bemelen, richting Bemelerberg. Onder een stralende sterrenhemel, zonder maan. Hadden we zaklampen bij ons gehad, hadden mijn twee wandelkoempels het misschien zien liggen. Maar zij – en ook ik – hadden geen lamp en dus zagen zij – maar ik wel – dat platgereden blikje niet liggen. Aan de voet van de Bemelerberg. Wij hoorden de stilte, onze ademhaling en zwijgend onze gedachten, totdat ik, onverwachts, met buitenkantje links het blikje een stevige zwieper over het asfalt verkocht.

Echt… Het was alsof een bom ontplofte, alsof de hele DSM hevig donderend het ruime luchtruim koos. Zó’n luid en plots kabaal was het helse lawaai dat de avondstilte kliefde. Mijn koempels schrokken niet alleen, neen, die sprongen hoger dan een meter door het zwarte gat in de duisternis. Ze zaten bijna op en in mijn nek, grepen mij nog net niet bij de strot en een der koempels stotterde hard en vooral luidkeels vragend: “Hauve haan, höbs dich ze nog allemaol op e rieke?”

De hele Bemelerberg heb ik vervolgens met zwabberbenen beklommen. Zwabberbenen, slap geworden door de lach die steeds weer terugkeerde wanneer ik aan dat oorverdovende blik- en schrikmoment dacht.

Uiteindelijk hebben we twee weken later gezamenlijk en in alle vriendschap, de 42 kilometer, vanuit toen nog Lichtenbusch, afgelegd en werden wij aan de finish in de Geulhemmermolen opgewacht en ontvingen wij van vrienden, als bewonderende beloning een mooie bos bloemen, zonder lawaaierige begeleiding van ijzeren of meewarige blikken.

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *