Categorieën
Column

Geul (1)

Na de klimmende, gedachtelijke inspanningen op de Brakkeberg van de afgelopen twee weken zoek ik even de rust, de kalmte, de vlakte, de kabbelende stilte van Dochtertje Geul, zij-instroomster van Moeder Maas, op. Ontelbare keren heb ik ook deze stroom, dit stroompje bewonderd. Van de overzijde, van deze kant. En was ik aan de overzijde, dan was deze kant ook weer de overzijde. Hoe vaak heb ik in de bochten gestaan, uitgesleten door rustig kabbelende golfjes wanneer Dochtertje lieflijk en braaf was. Maar ook uitgesleten door niets ontziend watergeweld wanneer Dochtertje Geul boos, heel boos was, een meer dan gewelddadige heks werd.

Dat Dochtertje Geul, ooit de natte, meanderende transportband voor giftige stoffen, aangeleverd door de mens, die indertied maar niet beseffen wou dat gif, in welke vorm dan ook, niet alleen plaatselijk maar ook regionaal tot catastrofes zou gaan leiden. Gelukkig heeft de bewuste mens dit uiteindelijk ingezien en zwemmen er nu weer gezonde vissen in deze idyllische stroom die bij veel wandelaars poëtrische – om eens een onbekend misschien wel nieuw woord te gebruiken – gedachten los heeft gemaakt.

Zittend op een van de vele bankjes zie ik mij weer als jónk menneke – die de gebodswoorden ‘neet de sjtraot oet’ van moeder de mamma in de wind geslagen had – tot de blote knieën in de stroom staan, de voeten weggezakt in de gele oeversmurrie, proberend een vis (forel?) met de handen te vangen, niet beseffend dat de oever van de stroom aflopend was en ik daardoor voorover kieperde, in het brakke, onfrisse water. Of ik door het inslikken van een hoeveelheid Geulwater later problemen heb gekregen met mijn haargroei, is niet (meer) te bewijzen, maar het zou zomaar kunnen. In ieder geval heb ik jenkend enkele uren in de warme zon gezeten, gelopen en gestaan om weer droge kleren te krijgen en toen ik eindelijk zover droog was en alle moed verzameld had om huiswaarts te keren, hoopte ik dat moeder de mamma niet zou merken dat ik de Geul met open mond van onder het wateroppervlak bekeken had.

Echter, thuisgekomen merkte mijn mamma direct dat ik haar eerdere gebodswoorden niet had opgevolgd. Niet dat de kleren nog nat waren, neen, de penetrante geur die ik indertied meegenomen had uit het dal van Dochtertje Geul verraadde mij. Dit zou nu niet meer kunnen gebeuren. Denk ik, hoop ik… ook voor de toekomst.

Door Edmond Ackermans

Edmond Ackermans