Voorheen zat ik aan de keukentafel de dagelijkse ochtendkrant te lezen tijdens het ontbijt. Mijn lippen af en toe brandend aan de veel te warme thee. Nu krijg ik die krant in digitale vorm aangereikt zonder dat een krantenbezorger de brievenbus laat klepperen. Maar omdat ik mijn computer gezelligheidshalve niet op de ontbijttafel heb staan, zit ik nu – bijna gedachteloos maar wel oplettend met de theemok in de andere hand – wat te Instagrammen. Wat reels te bekijken. Dat is, voor de duidelijkheid, een van de features van Instagram. Als deze uitleg door de lezer al als duidelijker wordt ervaren.
Maar terug naar die reels (in het kort: dat zijn korte filmpjes). Een reel over ‘diapers’, goed Engels voor luiers, flitst langs. En bij mij flitst opeens een herinnering uit mijn jeugd, dus al heel lang geleden, voorbij. Iets wat toen meestal op maandag, maar gaandeweg de gezinsuitbreiding, ook op andere dagen plaatsvond.
Ik zie ze weer hangen aan de ‘wesjdräöj’ in onze grote achtertuin. Die grote witte, vierkanten doeken. Daarom noemden wij ze toen ook stuk voor stuk, ‘dook’. Omdat wij het woord luier toentertijd en ook indertied nog niet kenden. Wanneer die witte luiers, die ‘deuk’ aan de wasdraden hingen te drogen, was het ons van ouderhand uitdrukkelijk én streng verboden om te voetballen in de tuin, tussen de waspalen en onder die behangen wasdraden. Want voet, trap, bal, vuil, knal. Weg wit. Gebeurde dat niet luisteren, tja, dan moesten die niet meer witte luiers weer opnieuw gewassen worden in de ‘sjtál’. In de grote, ronde ‘wesjkoep’, de volstrekt onautomatische wasmachine waarin de ‘sjlinger’ heen en weer witwaste en met de grote ‘wesjlknöppel’ moest roeren om de hoeveelheid was weer onder te dompelen om een betere reiniging van die luiers te verkrijgen. Dat onderdompelen met die grijswitte, houten ‘knöppel’ (dat was trouwens een door hitte, wasmiddel en veelvuldig gebruik, uitgebeten stok), was (gelukkig) niet mijn werk. Want ik, nog te jong, te klein, te zwak. Neen, mijn mam dompelde en roerde met meer dan enige regelmaat dan in en door die wastobbe. Daarna gingen die luiers en natuurlijk ook andere was, wederom met behulp van die wasknuppel door de wringer, die ook al handmatig door mam bediend moest worden. Daarna ging het uitgewrongene in de ‘wesjmangel’ en daarna gingen de ‘deuk’ aan de waslijn, de ‘wesjdraod’, en werden ze vastgepind met ‘wesjpinne’. Of gewoon op de ‘bleik’ gelegd. Gespreid op het gras. En de voetbal werd, voor de witte zekerheid, tijdelijk en veilig opgeborgen. Uiteraard… Dit laatste tot groot verdriet van ons, sportmannen van nog niet tienerse leeftijd.
Ik keer weer terug in het heden. Verlaat het verleden en ook Instagram. Nip voorzichtig aan de dampende mok thee en besef dat men tegenwoordig het begrip ‘luiers wassen’ niet meer zal kennen. Nu worden de baby’s enkele keren per dag (of nacht) gepamperd en worden de voorgevormde, van gootjes voorziene luiers gevuld en al in de ‘drekzak’ opgeborgen of in de daarvoor bestemde container gekieperd. Dat noemt men vooruitgang, ook al lijkt het mij meer een resultaat van de achteruitgang. Maar wat ik mij aan de ontbijttafel het meest afvraag …
Is de mens daardoor ook luier?
