Zit ik als één van de geïnteresseerde leden van onze vereniging aan de tafel te luisteren en te kijken naar de presentatie door de Chief Executive Officer (CEO) van een softwarebedrijf, flitsen en galmen mij allerlei termen en afkortingen voor de ogen en in de oren. Het gaat allemaal zo snel dat ik – al wat ouder, bedachtzamer en vooral langzamer – moeite heb de hele uitleg bij te benen. Het ziet er allemaal gelikt en prachtig gedrukt uit, het klinkt heel interessant en ik haal, bijna onbewust mijn Engelse taal weer met vooral letters – want dat zijn afkortingen toch – op.
Wanneer de CEO even ademhaalt, komen mijn ogen en oren tot rust en zo te zien ook die van mijn rechterbuurman. Ik hoor een diepe zucht, maar weet even niet of die door mij of door mijn buurman werd geproduceerd.
Ik neem een folder ter hand, blader er doorheen terwijl de woordenstroom van de CEO weer losbarst. Hee, daar hoor ik bekende termen als Linked Open Data (LOD) en Persistent identifier (PID). Niet dat ik enig benul heb van wat die termen betekenen maar toevallig heb ik de bladzijde van de folder waarop deze termen voorkomen, voor mij open op tafel liggen. Geïnteresseerd probeer ik verder te luisteren. Maar het blijft bij proberen. Want, als lid van Indertied, sta ik voor en achter onze geschiedenis en ons unieke dialect. En dus verdwaal ik nadenkend stiekem in mijn gedachten en stel mij zwijgend de vraag hoe al deze buitenlandse termen en afkortingen zouden klinken in het Berg en Terblijts? Zouden die dan – over pakk’m beet – 50 jaar nog steeds gebruikt worden door de dorpse inwoners? Of vallen die dan in de categorie ‘oude, (bijna) vergeten Berg en Terblietse dialectwoorden’? Woorden die er tegenwoordig ook al (niet meer) zijn. Woorden zoals ‘kammezol’, ‘lótsj’, ‘kwakker’, ‘kruukar’ of ‘tankeldraod’…
Er valt plotseling een stilte. Aan de tafel. Ik keer terug uit mijn stiekeme verdwaalsessie. De Chief Executive Officer kijkt de vierkante tafel rond. Of er nog vragen zijn? Ja, ik heb er eentje. Maar stel de vraag niet. Waarom niet? Omdat ik het antwoord weet. En mij is vroeger geleerd niet naar de bekende weg te vragen. Dus …
Gewoon … algemeen directeur, in goed Nederlands.
