
Oet de pantoffelheld 3



Zoals eerder gemeld zijn er door Sjeng een aantal succesvolle toneelstukken in het dialect geschreven. Een daarvan is “de Pantoffelheld”. Hieronder de tekst van een sketch uit dit toneelstuk.

Is dialect lezen moeilijk, luister via de play-knop hieronder

moeilijk te lezen, luister hieronder

Als kind herinner ik me dat er in de Geulgracht nog bovengrondse elektriciteitskabels op houten palen waren. In de zomer zaten deze kabels vol met zwaluwen welke hun nestjes onder de afdaken bij de diverse boerderijen hadden gebouwd.

Ik herinner me dat, toen ik een kind was, Sjeng een zwarte poedel had; Bojke. Toen Bojke helemaal op- en zijn leven voltooid was, werd hij bij ons achterom in de wei met een kogel uit zijn lijden verlost en begraven. Hij is zeker niet de enige hond die aldaar begraven ligt. Zo ging dat indertied nu eenmaal. Het zou zo maar kunnen dat Sjeng dit gedicht schreef ter ere van Bojke. Misschien liet hij zich zelfs inspireren door Mark Twain, de beroemde 19de -eeuwse schrijver: “The more I learn about people, the more I like my dog.”

Moeilijk om te lezen? Luister door hieronder op play te drukken

Sjeng schreef ook stukjes in maandblad de Törk voor onze militairen in Indië. Onderstaand gedicht over de berg van Willemke stamt uit Juni 1949.
De ingang van de berg van Willemke is gelegen onderaan de Vinkemerdelweg in Vilt. Later werd deze ondergrondse mergelgroeve bekend als de champignons grot.
Het verhaal hieronder spreekt voor zich.






Sjeng verzorgde vele jaren de preek in de Carnavalsmis op zaterdagavond voorafgaand aan de start van de Carnaval. Vaak betrof het even stilstaan bij wat de mensen bezig hield en zorgen baarde voordat men zich 3 dagen in het feestgedruis stortte.
Onderstaand Sjengs toespraak uit 1984. In 2024 (40 jaren later) blijkt er niks veranderd en zou de toespraak helaas ook nu nog actueel zijn. Omdat het handschrift en het dialect niet voor iedereen makkelijk leesbaar is, is onderaan tevens een audio link toegevoegd.


Titel: En noe t mommebakkes op
Ter voorbereiding op de aanstaande Carnaval, deze keer een Carnavalsschlager waarvan Sjeng de tekst schreef en Frans Kusters de muziek. Deze schlager werd oorspronkelijk in 1958 geschreven voor de Spoetnikkers en hun eerste Prins Giel 1 (Fraats). In 1959 opgevolgd door de onlangs overleden Sjef 1 (Ubaghs).
Later werden er enkele tekstuele wijzigingen aangebracht en diende de schlager voor de Törke uit Vilt.
Bijgevoegd de originele tekst voor de Spoetnikkers en de latere opname van de Törkse variant. Leuk om te vermelden is dat op de opname Sjengs dochter (Zus) en kleinkinderen (Gaston en Iris) te horen zijn. De opname werd gemaakt bij en door wijlen Guus Smeets.

luister, en zoek de 10 verschillen
Sjeng schreef deze ode aan zijn geliefde Vilt, volgens eigen bijschrift, omstreeks 1945. Het gedicht geeft tevens een goed tijdsbeeld van de politieke rivaliteit tussen Vilt en Berg en hoe deze in Vilt beleefd werd. Dit bleef in stand tot aan de gemeentelijke herindeling op 1 januari 1982 waarbij de gemeente Berg en Terblijt deel ging uitmaken van Valkenburg aan de Geul. Politieke rivaliteit ging toen over in algemeen belang.
Dit gedicht is later, met wisselende tekstuele inhoud, meermaals gebruikt, waarbij steeds de eerste 4 regels ongewijzigd de basis vormden.
De Viltse Carnavalsschlager “Dat ut vilt woa ut vilt en dat is Vilt, ein huipke kluutedrek al op ein hiel sjaon plek” van Guus Smeets, zal ongetwijfeld zijn geïnspireerd door het gedicht van Sjeng.
